Bij de techniek van glas-appliqué, die ik tot 2004 hanteerde, zorgde ik eerst voor de doorzichtige kern voor de te maken glassculptuur. Ik zaagde daartoe uit een plaat plexiglas eerst de grote vorm van het te maken glasbeeld, op basis van een eigen ontwerp. Dan lijmde ik aan beide kanten van het plexiglas een laag blank vensterglas. Dit was dan de drager voor de twee gekleurde glaslagen die ik vervolgens ging maken voor mijn glassculptuur.
Ik sneed volgens mijn kleurontwerp alle afzonderlijke stukjes gekleurd glas heel precies uit en lijmde ze met plakband voorlopig vast om ze bij elkaar te houden. Deze vormden gezamenlijk mijn eerste kleurlaag die ik aan één kant van de gemaakte doorzichtige kern bevestigde met heldere en flexibele lijm. Deze stukjes pasten als een legpuzzel in elkaar en ik moest daartoe vaak bijvijlen of bijknippen.
 
Voor de andere gekleurde glaskant van de blanke glaskern sneed en lijmde ik vervolgens een tweede kleurlaag waarvan ik de stukjes gekleurd glas nu echter stuk voor stuk kon afstemmen op de al vastgelijmde kleuren in de eerste kleurlaag. Zo vermengen de twee verschillende kleuren zich met elkaar doordat het licht door beide lagen valt.
Ik zocht deze tweede kleurlaag door de te snijden glasstukjes over elkaar heen te leggen en tegen het licht te houden, zodat ze worden gemengd. Vervolgens werden ook deze uitgesneden kleurvormen met de transparante glaslijm vastgezet op de kern. 

De kleurlagen van het glas-object waren dan klaar, maar het beeld zelf was nog plat en nog niet ruimtelijk. Daarom bracht ik vervolgens aan beide kanten van het bereikte kleurgeheel stukken blank glas aan van ongelijke dikte. Ook dit lijmde ik met dezelfde glaslijm vast. Deze brokken blank glas van verschillende dikte waren al van tevoren in de oven samengesmolten en de scherpe randen ervan meteen wat geglooid. Zo ontstonden er twee blanke glaslagen van wisselende diktes aan weerszijden van het glasbeeld. Hierdoor kregen de beide zijden van de glassculptuur een gevariëerd reliëf waardoor de glassculptuur naast zijn kleurwerking ook een ruimtelijke werking verkreeg.

Als laatste stap werd dan de onderkant van het ontstane glasbeeld vlak geslepen en werd het geheel op een voetje van glas of steen vastgelijmd.